Reactie op wanpraktijken bij slachthuis Veviba

Dierenwelzijn en welzijn van werknemers gaan hand in hand. De vleessector heeft al jaren te kampen met sociale dumping.
De problemen rond dierenwelzijn en voedselveiligheid maken deel uit van een grotere malaise waar de vleessector al jaren mee kampt. Reeds in 2010 voerde het ACV actie tegen malafide onderaannemers. Hun personeel wordt onderbetaald en/of tewerkgesteld als schijnzelfstandigen. Voor veiligheid en hygiëne is er geen aandacht, laat staan voor dierenwelzijn. Van beroepstrots is geen sprake meer. Vakbonden worden met alle middelen buiten gehouden. Het gaat vaak om werknemers van buitenlandse origine die weinig tot geen Nederlands of Frans spreken, wat het er niet makkelijker op maakt. In combinatie met een zware druk op de prijzen vanuit de retail, zette dit andere vleesondernemingen aan om mee te gaan in gelijkaardige constructies. Dit zorgt voor oneerlijke concurrentie voor bedrijven die wel correct werken. En die zijn gelukkig nog in de meerderheid.
De voorbije jaren werden er maatregelen genomen om de sociale dumping in de sector aan te pakken. De sociale partners voeren al jaren intensief overleg over de vleessector. Naar aanleiding van onze acties ondertekenden vakbonden, werkgevers en de bevoegde overheidsdiensten een samenwerkingsovereenkomst. Die resulteerde in enkele concrete maatregelen. Centraal staat daarbij de invoering van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Vleesbedrijven die beroep doen op frauderende aannemers kunnen daardoor onder bepaalde voorwaarden aansprakelijk gesteld worden wanneer deze aannemers schulden hebben bij de sociale zekerheid of de fiscus of wanneer zij hun werknemers niet correct betalen. Daarnaast moeten de aannemers hun contracten met de vleesbedrijven aanmelden bij de overheid. De maatregelen zijn een stap voorruit, maar in de praktijk blijken ze onvoldoende om de vleessector op het juiste pad te krijgen. De inspectie stelt nog regelmatig inbreuken vast en ook vanop het terrein krijgen we nog steeds melding van veel problemen. Naast dierenleed, leidt dit ook tot miserie voor de werknemers. Bij slachthuis Verbist bijvoorbeeld, is men bezig met een collectief ontslag, waardoor heel wat jobs verloren gaan.
Als ACV steunen we de eis voor meer dierenwelzijn in de vleessector volmondig. Maar we vragen ook aandacht voor de werkomstandigheden. We zijn er van overtuigd dat het bestrijden van dierenleed enkel kan als er grondig ingegrepen wordt in de arbeidsvoorwaarden. De sociale dumping moet ten gronde aangepakt worden. Daarvoor is er enerzijds nog betere wetgeving nodig, maar moet ook de sociale inspectie meer slagkracht krijgen. Ook de werking van het federaal agentschap voor de voedselveiligheid moet versterkt worden. Bovendien moet er meer werk gemaakt worden van vorming en opleiding, zowel wat betreft voedselhygiëne als dierenwelzijn. Werken in de vleessector moet opnieuw lonend worden, de rechten van werknemers moeten gerespecteerd worden en dit moet terug werk van vakmensen worden. Als vakbond zijn we bereid hier onze verantwoordelijkheid in te nemen. Maar om op het terrein de zaken wezenlijk te veranderen, is een gecoördineerde aanpak nodig.