‘Flexibiliteit geeft een vals gevoel van vrijheid’

Hoe moeten we werk en privé combineren in onze non-stop maatschappij? Dat is één van de pertinente vragen die ACV Voeding en Diensten zich stelt op hun vijfjaarlijks congres op 8 en 9 juni, dat deze keer rond flexibiliteit draait. Een thema dat de volgende jaren hoog op de agenda zal staan. Voorzitter Pia Stalpaert legt uit waar het congres om draait.
Het congres van ACV Voeding en Diensten staat in het teken van flexibiliteit. Waarom hebben jullie voor dat thema gekozen?
Pia Stalpaert: ‘Een dag heeft maar 24 uren. En de volledige 24 uren zijn nu beschikbaar voor arbeid. Ploegenwerk, nachtarbeid, overuren, onderbroken uurroosters, oproepcontracten, seizoensarbeid,… Er bestaan enorm veel vormen van flexibiliteit. De wetgeving rond werkbaar werk legt de nadruk op de vrijwilligheid van flexibel werken en overuren presteren. Maar kan je van vrijwilligheid spreken in een arbeidsrelatie? Dat is een vraag die ACV Voeding en Diensten zich luidop stelt.’
 ‘Van werknemers wordt heel veel flexibiliteit gevraagd in tijd, maar ook in de uitoefening van de job. De manier waarop een werknemer zijn werk uitoefent, bepaalt mee hoe hij zijn job ervaart. Sommige bedrijven in de voedingshandel houden hier absoluut geen rekening mee. De grote depots van Colruyt en Delhaize worden volop geautomatiseerd. De heftruckchauffeurs krijgen een koptelefoon waardoor ze heel gefragmenteerde opdrachten te horen krijgen. Via dat systeem van voicepicking laden ze de vrachtwagens. Maar eigenlijk weten ze niet meer waarmee ze bezig zijn. Een van de conclusies van een studie die we hebben laten uitvoeren rond langer werken is: Mensen moeten weten wat ze aan het doen zijn, zodat ze voldoening hebben van hun werk. Dat is herkenbaar in alle sectoren. Mensen willen wel flexibel zijn, hard en veel werken, hun job goed doen. Maar ze willen wel mens zijn, geen robot. Ik vrees dat steeds meer mensen zullen uitvallen als werkgevers hen niet meer als mensen gaan beschouwen.’
Je legt dus een link tussen de toenemende flexibiliteit en het stijgend aantal mensen die niet langer mee kunnen, bijvoorbeeld door een burn-out?
‘Bepaalde vormen van flexibel werken hebben alvast gevolgen voor de gezondheid en het welbevinden van werknemers. Nachtarbeid is daar een voorbeeld van. Maar ook de overbruggingsploegen. Veel jonge mensen kiezen ervoor om één partner in het weekend te laten werken en één partner in de week, zodat er altijd iemand aanwezig is voor de kinderen. Maar dit kan gevolgen hebben voor je relatie, want je ziet elkaar nog amper. En wat met het sociaal leven? Je kan nooit samen naar een familiefeest gaan of bij vrienden op bezoek.’ ‘We verzetten ons tegen die non-stop maatschappij. Mensen moeten ook de mogelijkheid hebben om tijd te nemen voor zichzelf en hun gezin. We moeten vandaag non-stop presteren en beschikbaar zijn. Eigenlijk geeft flexibiliteit een vals gevoel van vrijheid.’
Hoe kunnen werknemers dan beschermd worden?
Flexibiliteit moet goed gekaderd worden in collectieve afspraken. We moeten niet naïef zijn en denken dat flexibiliteit enkel bestaat op vraag van de werknemer. Werkgevers zijn vooral op zoek naar goedkope arbeid. En ze zoeken steeds nieuwe manieren om de productiviteit op te drijven. Ze gebruiken flexibiliteit om extra arbeid op te roepen op drukke momenten. Maar ook om zo weinig mogelijk werknemers te moeten betalen op rustige momenten. Als vakbond moeten we deze vraag zien te verzoenen met de belangen van de werknemers.
We verzetten ons niet tegen alle vormen van flexibiliteit. De ene werknemer heeft graag wisselende uren, terwijl de andere stabiliteit wil. Daarom vinden we het belangrijk dat werknemers zelf de nodige keuzes moeten kunnen maken. In een van onze sectoren bestaat er flexibiliteit op vraag van de werknemers: de sector van de dienstencheques. Het is uitgegroeid tot een van de grootste sectoren van het land. Werknemers in deze sector kunnen zelf hun uurrooster bepalen. Dat is voor de werkneemster op zich wel leuk, omdat ze op die manier haar uren kan aanpassen aan bijvoorbeeld het afhalen van een kindje op school. In dit geval kan flexibiliteit bijdragen tot een makkelijkere combinatie tussen werk en privéleven.
Tal van nieuwe tendensen, zoals Uber, Deliveroo en Airbnb zetten de arbeidsmarkt onder druk. Wat vinden jullie ervan?
 ‘Het enige wat we kunnen doen is een goed gesprek hebben met politici. We blijven bijvoorbeeld eisen dat poetsdiensten en huishoudelijke arbeid via deeleconomie verboden wordt. Voor de andere initiatieven vragen we een inspanning van de regering om dat beter ter regulariseren. Airbnb doet de hotelsector enorm afzien. We vinden dat de loon- en arbeidsvoorwaarden correct moeten zijn, de brandveiligheid gecontroleerd moet worden en alle voorschriften van HACCP moeten gerespecteerd worden. Restaurants en brasseries krijgen inspecteurs over de vloer om de voedselveiligheid te controleren. Maar voor Airbnb en Deliveroo kan het blijkbaar zonder controle. Politici moeten inzien dat dit oneerlijke concurrentie is ten opzichte van de reguliere horecazaken.
‘Consumenten zouden ook beter bewust moeten zijn van de risico’s. Je weet niet bij welke chauffeur je in de auto stapt als je Uber gebruikt. Is het wel allemaal veilig? We zullen meer energie moeten steken in de communicatie en wijzen op de gevaren van deze initiatieven.’
Wat hopen jullie tenslotte met jullie congres te bereiken?
‘Tijdens ons congres zullen zo’n 400 militanten de verschillende vormen van flexibiliteit door een syndicale bril bekijken. We willen hierover een standpunt innemen en onze visie op flexibiliteit bepalen. We willen bekijken hoe we de komende jaren verdere stappen kunnen zetten naar ‘leefbaar werken’. Na de sociale verkiezingen vorig jaar, hebben we veel jonge en nieuwe afgevaardigden. We willen hen doen nadenken over flexibiliteit. Want we weten dat het de komende jaren hoog op de agenda van de werkgevers zal staan. Onze militanten moeten voorbereid worden, gewaarschuwd zijn, goed weten waarover ze het hebben. Er zal gedebatteerd worden, er is input van experts en uiteindelijk worden er krachtlijnen bepaald die de syndicale aanpak van onze centrale voor de komende 5 jaar zal bepalen. Want ons doel blijft om werknemers, in grote en kleine bedrijven en in al onze sectoren, zo optimaal mogelijk bij te staan en te beschermen.’