Een op drie schoonmaaksters slachtoffer van seksueel geweld

Bijna een op de drie schoonmaaksters en gezinshelpsters (31,7%) is ooit het slachtoffer geweest van seksueel geweld op het werk. Meestal gaat het om seksueel gelinkt verbaal geweld, maar ook ongewenste aanrakingen zijn geen uitzondering. Dat blijkt uit een onderzoek van ACV Voeding en Diensten bij meer dan 51.000 poetsvrouwen en gezinshelpsters.
Op 20 juni organiseert ACV Voeding en Diensten voor het 10e jaar op rij de Dag van de Schoonmaak. Op deze dag roept de vakbondscentrale op om schoonmakers te bedanken. Ze vragen ook meer respect voor hun beroep. Meer dan 200.000 poetsvrouwen – en mannen verdienen hun brood met schoonmaken. Het is een geïsoleerd beroep: schoonmakers gaan meestal alleen naar een klant. Er is geen sociale controle, geen collega’s in de buurt en de plaats van tewerkstelling is het privé-eigendom van de klant. En dat maakt deze vrouwen erg kwetsbaar voor seksueel geweld. ACV Voeding en Diensten heeft daarom een enquête uitgevoerd bij haar leden uit de schoonmaaksectoren.
Taboe doorbreken
31,7% van de schoonmaaksters en gezinshelpsters geeft aan ooit het slachtoffer te zijn geweest van seksueel geweld op het werk. Bij 60% van hen was er sprake van seksueel gelinkt verbaal geweld. Dat kan gaan van een seksueel getinte opmerking tot seksuele bedreigingen. Bij 37% van de vrouwen die geweld ondervonden, is er sprake van ongewenste aanrakingen. “Het taboe is nog groot,” zegt ACV Voeding en Diensten voorzitter Pia Stalpaert. “Wij komen als vakbond wel vaker in aanraking met verhalen van schoonmaaksters die niet meer bij een klant durven te gaan omdat ze worden lastig gevallen. Maar problemen worden vaak niet gemeld.”
ACV Voeding en Diensten wilt deze problematiek aanpakken. “Uit de enquête blijkt dat werkneemsters uit de Gezinszorg problemen het vaakst melden. Dit is ook de sector waar er het meeste trainingen worden voorzien en waar er een vertrouwenspersoon kan aangesproken worden. Wij willen deze problematiek bespreekbaar maken en ook in andere schoonmaaksectoren een vormingsprogramma opstarten.”